Welke rol kunnen ondernemingsraden (OR’s) spelen bij het tegengaan van stagediscriminatie binnen de Rijksoverheid? Die vraag staat centraal in het onderzoeksrapport ‘De rol van OR’s bij het tegengaan van stagediscriminatie – een verkennend onderzoek binnen de Rijksoverheid’ van Alfons Fermin, Zeki Arslan en Peter Zwaga, gesubsidieerd door het A+O fonds Rijk. Het onderzoek laat zien hoe OR’s omgaan met het thema stagediscriminatie, welke risico’s en knelpunten zij signaleren en wat nodig is om hun rol op dit onderwerp te versterken.
Stagediscriminatie vormt een hardnekkig maatschappelijk vraagstuk dat met name studenten in het mbo en hbo raakt en kan leiden tot ongelijke kansen bij de start van hun loopbaan. Onderzoek laat zien dat studenten met een migratieachtergrond of een functiebeperking bij het vinden en volgen van een stage vaker belemmeringen ervaren.
Stagediscriminatie als vraagstuk voor ondernemingsraden
Binnen de Rijksoverheid is in beleid en landelijke afspraken aandacht voor het tegengaan van stagediscriminatie, onder meer via het Stagepact mbo en het Manifest tegen stagediscriminatie in het hoger onderwijs. Op grond van artikel 28, derde lid, van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) hebben ondernemingsraden de taak om gelijke behandeling te bevorderen en discriminatie tegen te gaan binnen de organisatie, waardoor ook hun rol op dit terrein wordt geraakt. De rol die ondernemingsraden kunnen spelen in het tegengaan van stagediscriminatie bleef in het beleid en de landelijke afspraken echter buiten beeld. Ook bleek in een eerdere verkennende bijeenkomst dat OR-leden stagediscriminatie een belangrijk onderwerp vinden, maar niet goed weten hoe ze hun rol kunnen aanpakken. Dit onderzoek laat zien hoe OR’s binnen de Rijksoverheid omgaan met het thema stagediscriminatie, welke risico’s en knelpunten zij signaleren en wat volgens hen nodig is om hun rol te versterken.
Onderzoeksopzet: interviews en focusgroep
Voor het onderzoek zijn in 2025 interviews gehouden met leden van elf ondernemingsraden binnen verschillende onderdelen van de Rijksoverheid, waaronder ministeries, uitvoeringsorganisaties, inspecties en ondersteunende diensten. Ook werd een focusgroep georganiseerd met vertegenwoordigers van zeven OR’s. In deze bijeenkomst zijn de bevindingen getoetst op herkenbaarheid en zijn aanbevelingen besproken op haalbaarheid.
Stagiairs vaak onzichtbaar in beleid en medezeggenschap
Uit het onderzoek blijkt dat stagiairs binnen veel organisaties van de Rijksoverheid een relatief onzichtbare groep zijn, zowel in beleid als in de medezeggenschap. OR’s beschikken vaak niet over structurele informatie over stagiairs, werving, selectie en begeleiding. Daardoor worden risico’s op ongelijke behandeling niet altijd tijdig gesignaleerd.
Geen van de geïnterviewde OR-leden ontving meldingen over stagediscriminatie. Volgens de OR-leden betekent dat niet dat stagediscriminatie niet voorkomt. Door de tijdelijke en afhankelijke positie van stagiairs bereiken signalen de OR waarschijnlijk niet vanzelf.
OR-leden zien vooral risico’s bij informele selectieprocedures en het gebruik van subjectieve criteria. Ook geven zij aan dat aandacht voor inclusief werven zich vooral richt op reguliere functies en minder op stages.
Stagediscriminatie stond in geen van de onderzochte OR’s op de agenda. OR-leden geven wel aan het onderwerp belangrijk te vinden. Volgens het onderzoek komt de beperkte aandacht vooral door een gebrek aan informatie, onduidelijkheid over de eigen rol en andere prioriteiten binnen de medezeggenschap.
Bereidheid om rol te versterken
Volgens de onderzoekers wordt de wettelijke taak van OR’s om gelijke behandeling van stagiairs te bevorderen nog beperkt ingevuld. Tegelijkertijd geven OR-leden aan bereid te zijn hun rol op dit onderwerp te versterken. Daarvoor zijn geen nieuwe taken nodig, maar betere informatievoorziening, praktische ondersteuning en gerichter gebruik van bestaande bevoegdheden. OR-leden zien hun rol daarbij vooral in het signaleren en bespreekbaar maken van risico’s.
Aanbevelingen
Het onderzoek bevat aanbevelingen voor OR’s binnen de Rijksoverheid, voor GOR-Rijk en voor ondersteunende organisaties zoals de SER en SBB. Door stagediscriminatie te verbinden aan thema’s als sociale veiligheid, diversiteit & inclusie en werving en selectie kunnen OR’s structureler bijdragen aan gelijke kansen voor stagiairs.
De resultaten van dit onderzoek kunnen dienen als basis voor toekomstige bijeenkomsten, trainingen en praktische handreikingen voor OR’s.
Vragen?
Heb je vragen over het onderzoek ‘De rol van OR’s bij het tegengaan van stagediscriminatie’? Neem dan contact op door een e-mail te sturen naar info@aofondsrijk.nl.