Voorlichting werknemers werkdruk en ongewenste omgangsvormen

Afspraken

Werknemers hebben invloed op hun eigen werkdrukbalans. Ook bij een hoge werkbelasting zijn er keuzes hoe met de taakeisen om te gaan.
In een voorlichting over werkdruk leren medewerkers op welke signalen ze kunnen letten, waar hun grenzen liggen en welke mogelijkheden zij hebben om hun balans te beïnvloeden. Overbelasting zal werknemers daarmee minder vaak ‘overkomen’.
Ook op het gebied van ongewenste omgangsvormen is voorlichting cruciaal. Het is belangrijk dat medewerkers de gedragsregels kennen en weten waar ze terecht kunnen als ze geconfronteerd worden met ongewenst gedrag.

Aanpak

  • Het voorlichtingsbeleid is systematisch opgezet. In de risico inventarisatie & evaluatie (RI&E) is bepaald voor welke groepen welke risico’s aan de orde zijn. De voorlichting en instructie zijn hier zowel qua inhoud als qua periodiciteit op afgestemd. De voorlichting en instructie maken deel uit van het plan van aanpak van de RI&E waar werkdruk en ongewenste omgangsvormen  onderdeel van uit maakt.
  • Er is een jaarplanning voor voorlichting en onderricht op het gebied van Arbo waarin werkdrukvoorlichting en voorlichting inzake ongewenste omgangsvormen een onderdeel is.
  • Nieuwe werknemers zijn uiterlijk binnen zes maanden na indiensttreding voorgelicht met betrekking tot werkdruk en ongewenste omgangsvormen. Erna vindt voorlichting ten minste eens per drie jaar plaats. Bij reorganisaties en andere aanleidingen waarbij de belasting in de functie verhoogd wordt is het van belang de voorlichting vaker te doen en/of eerder plaats te laten vinden.
  • De voorlichting is afgestemd op de doelgroep: de vaardigheden en ervaring van betreffende werknemers en voorkomende risico’s.
  • De werkdruk-voorlichting bevat ten minste de volgende aspecten:
    • Wat is het risico van werkdruk, waardoor wordt het beïnvloed.
    • Herkennen van eigen signalen van onbalans en eigen grenzen.
    • Bewustwording van regelmogelijkheden in het werk en andere mogelijkheden om de eigen werkdrukbalans te beïnvloeden.
    • Bewustwording van eigen belastbaarheid en mogelijkheden ter vergroting van de belastbaarheid.
    • Herkennen van signalen van onbalans en stress bij collega’s.
    • Wat te doen bij een sterke onbalans? Welke hulp is beschikbaar en hoe maak je er gebruik van?
    • Welke mogelijkheden en beleid er binnen het departement zijn om de belastbaarheid te vergroten.
  • De voorlichting inzake ongewenste omgangsvormen bevat tenminste de volgende aspecten:
  • Wat verstaan wordt onder ongewenst gedrag en welk beleid de organisatie op dit terrein voert.
  • Wat de gedragsregels binnen het departement zijn en hoe die worden toegepast.
  • Waar je terecht kunt voor hulp bij ongewenst gedrag, de vertrouwelijkheid van deze hulp en hoe de hulp werkt (inclusief de klachtenprocedure).

Voor wie

Voor degenen die verantwoordelijk zijn voor ontwikkeling en voor uitvoering van het scholingsbeleid van werknemers. Bedoeld voor alle werknemers.

Verantwoordelijkheid werkgever

De werkgever ziet er op toe dat alle werknemers passende voorlichting over werkdruk en ongewenste omgangsvormen aangeboden krijgen.

Verantwoordelijkheid werknemer

Je neemt actief deel aan de aangeboden voorlichting.

Relatie met wet/regelgeving

Arbowet Artikel 3 en Artikel 8

Doel

Werknemers zijn zich bewust van hun werkdrukbeleving, hun grenzen en van signalen die waarschuwen voor onbalans en stress (bij zichzelf en bij collega’s). Werknemers kennen hun mogelijkheden om de werkdrukbalans te beïnvloeden en passen die toe. Werknemers zijn op de hoogte van de gedragsregels inzake ongewenste omgangsvormen. Werknemers kennen de mogelijkheden om zo nodig hulp in te schakelen.

Nadere informatie

Leidinggevende of neem contact op met