Arbocatalogus COVID-19 kantoren Rijksoverheid

1. Aanleiding

Het nieuwe coronavirus veroorzaakt de ziekte COVID-19. De klachten lijken in het begin vaak op een verkoudheid. De ziekte kan een ernstige longontsteking veroorzaken, waar soms ook mensen aan overlijden. In het bijzonder mensen die behoren tot de risicogroepen hebben een grotere kans op ernstige complicaties bij COVID-19. Wereldwijd wordt veel onderzoek gedaan om het virus te onderzoeken en een vaccin te ontwikkelen. Zeker is dat het virus overdraagbaar is van mens tot mens.

De overheid zorgt met de Arbeidsomstandighedenwet voor voorschriften. De wet geeft werkgevers en werknemers door middel van het opmaken van een Arbocatalogus ruimte om zelf invulling te geven aan de wijze waarop ze binnen hun sector aan de wet willen voldoen. Het voordeel hiervan is dat in ondernemingen en organisaties arbobeleid kan worden gevoerd dat aan de specifieke sectorkenmerken is aangepast.

De Arbocatalogus biedt uniforme afspraken waar ministeries zich aan dienen te houden en tegelijk ruimte biedt die recht doet aan de verschillen tussen organisatieonderdelen, de aard van de werkzaamheden en de diversiteit aan huisvesting.

Om invulling te geven aan artikel 3 van de Arbowet “De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden” is een Arbocatalogus COVID-19 in kantoren Rijksoverheid opgemaakt.

Voor de afbakening van de Rijksdienst is aangesloten bij de CAO Rijk. Daarmee is de Arbocatalogus van toepassing op de werkgevers die vallen onder de sector Rijk (zie bijlage 1). Deze Arbocatalogus is niet van toepassing op het Defensie- apparaat en op ZBO’s met eigen rechtspersoonlijkheid.

1.1 Doel

Het maken van sector brede afspraken voor preventieve maatregelen om blootstelling en besmetting ten gevolge van het virus (SARS-CoV-2) dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt zo veel mogelijk te voorkomen bij het werken in kantoren.

Hierdoor wordt een veilige werkplek gerealiseerd. Om dit te bereiken moeten maatregelen worden getroffen en geïmplementeerd worden.

Onder kantoren wordt verstaan de panden waar hoofdzakelijk administratief (beeldscherm)werk wordt uitgevoerd zoals aangegeven op het overzicht panden (bijlage 2) die in het beheer zijn bij het Rijksvastgoedbedrijf.

Naast kantoren beschikt de Rijksdienst ook over een groot aantal bijzondere gebouwen, zogenaamde specialties, waaronder gevangenissen, laboratoria en bijzondere objecten van Rijkswaterstaat. In de meeste van deze specialties vinden vitale processen plaats en is in de afgelopen periode doorgewerkt en is al tijdelijk invulling gegeven aan de overheidscorona maatregelen op het gebied van afstand en hygiëne. Departementen zijn zelf verantwoordelijk voor aanvullende of specifieke bepalingen ten aanzien van de specialties

Deze aanvullende maatregelen vallen buiten de context van deze Arbocatalogus.

Wel kan deze Arbocatalogus als inspiratiebron gebruikt worden bij het nemen van preventieve maatregelen in specialty gebouwen.

1.2 Actualiteit Arbocatalogus

De kennis omtrent COVID-19 en de daarbij behorende maatregelen is aan verandering onderhevig. In de Arbocatalogus wordt daarom op meerdere plaatsen verwezen naar de actuele informatie via een link.

Bij wezenlijke veranderingen zal de Arbocatalogus aangepast worden naar actueel beleid en opnieuw ter instemming voorgelegd worden.

De Arbocatalogus is na instemming binnen de sector Rijk en het Sector Overleg Rijk, toetsing door I-SZW en plaatsing in de Staatscourant vindbaar via het Rijksportaal of rechtstreeks op de site van het A+O fonds Rijk.

Indien er wordt afgeweken van de maatregelen die in deze Arbocatalogus aangegeven zijn dan moeten de afwijkende maatregelen minimaal hetzelfde beschermingsniveau bieden op basis van de algemene basismaatregelen en de arbeidshygiënische strategie.

2 COVID-19

Symptomen

Het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakt de ziekte COVID-19. De klachten lijken in het begin vaak op een verkoudheid. De ziekte kan leiden tot orgaanschade.  Mensen met onderliggend lijden en ouder dan 70 jaar hebben een hoger overlijdensrisico

Veel voorkomende symptomen bij COVID-19 zijn:

  • Koorts
  • Luchtwegklachten zoals hoesten
  • Niezen
  • Kortademigheid
  • Plotseling verlies van reuk en/of smaak

Actuele informatie is te vinden op de website van het RIVM.

Wijze van overbrengen

Er wordt nog veel onderzoek gedaan naar de vormen van het overbrengen van het virus. Het risico is afhankelijk van de kans op besmetting en de mate van symptomen. Wijze van bekende mogelijke overbrengingen zijn:

  • Van mens tot mens;
  • Door middel van grote druppels
  • Veel kleine druppels (aerosolen)

Nadere informatie is te vinden op de RIVM-site Verspreiding COVID-1

3. Verantwoordelijkheid

De werkgever heeft de verplichting om ongezonde en onveilige situaties als bijvoorbeeld het gevolg van het risico op besmetting met COVID-19 te voorkomen, vermijden of de gevolgen te beperken. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in artikel 3 (de werkgever draagt zorg voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers) en artikel 5 (inventarisatie en evaluatie van risico’s) van de Arbowet. In artikel 8 van de Arbowet is de voorlichting, onderricht en het toezicht opgenomen.

Daarnaast heeft de medewerker de verplichting om in zijn doen en laten op de arbeidsplaats overeenkomstig zijn opleiding en door de werkgever gegeven instructies, naar vermogen zorg te dragen voor zijn veiligheid en gezondheid en die van anderen. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in artikel 11 van de Arbowet.

Bovenstaande geeft aan dat alleen gezamenlijk veilig en gezond werken op kantoor mogelijk is in kantoorpanden die open zijn gebleven om cruciale functies/processen uit te kunnen voeren en als verdere terugkeer in de kantoren toegestaan is.

Het is van belang dat de gemaakte afspraken over het gebruik van panden (zie 1.1), met name die op het gebied van veiligheid, afstand houden en hygiëne, strikt worden nageleefd. Van gebruikers van de kantoorpanden wordt verwacht dat zij elkaar ondersteunen in het uitvoeren van de maatregelen.

De pand gebonden (concern)dienstverleners hebben een monitorings- en signaleringsfunctie. Bij signaleringen van onveilig gedrag en afwijkingen van gemaakte afspraken, zoals overschrijding van het maximaal aantal gebruikers in een pand wordt dit direct gemeld en besproken met de voor het desbetreffende onderdeel aangewezen Corona verantwoordelijke (zie bijlage 3 Toetsingskader) en worden in onderling overleg maatregelen getroffen.

4. Algemene maatregelen

De Rijksdienst biedt een gezonde en veilige werkomgeving voor haar medewerkers met extra aandacht voor medewerkers met een kwetsbare gezondheid en andere groepen die extra nadelige effecten van de Corona-pandemie ondervinden (Arbowet art 3.1).

Algemene maatregelen die gelden om verspreiding van het virus te voorkomen:

  • De Rijksdienst leeft de huidige en toekomstige preventieve maatregelen van de overheid strikt na en volgt het generiek kader coronamaatregelen en de algemene bepalingen uit de Arbowet en het Arbobesluit;
  • Rijksambtenaren werken tot nader order thuis tenzij het werk vereist dat dit op locatie uitgevoerd moet worden;
  • Houdt minimaal 1,5 meter afstand van anderen;
  • Zorg voor een goede hygiëne (goed en regelmatig handenwassen met bij voorkeur water en zeep. Droog de handen goed af en draai de kraan dicht met een wegwerpdoekje. Hoest en nies in de elleboog;
  • Medewerkers blijven thuis in quarantaine in meerdere situaties die aangegeven zijn door de overheidcorona maatregelen zie de link thuisquarantaine.
  • Medewerkers komen niet naar het werk (kantoor) bij:
    • Verkoudheidsklachten
    • Hoesten
    • Benauwdheid
    • Verhoging of koorts
    • Plotseling verlies van reuk en/of smaak
    • Koorts (38 graden Celsius of hoger) en/of benauwdheid bij huisgenoten
    • Na een bezoek aan een door de overheid aangegeven risicogebied blijft de medewerker gedurende de door de overheid aangegeven periode in quarantaine
    • Laat je testen via de GGD bij klachten die passen bij het Corona virus. Telefonisch 0800-1202 of maak online een afspraak
  • Vermijd drukke plaatsen;
  • Is een medewerker positief getest op corona dan loopt de melding via de GGD. Het protocol van de GGD bepaalt welke maatregelen worden genomen. Voor het omgaan van individuele informatie over corona gelden de maatregelen die de Autoriteit Persoonsgegevens aangeeft;
  • Volg de instructie bij een (vermoedelijke) besmetting met het coronavirus van een medewerker die staat aangegeven in de meest recente Rijks brede richtlijnen werkgevers sector Rijk i.v.m. het coronavirus (COVID-19);
  • In de rijks brede richtlijn sector Rijk is een specifieke uitzonderingsbepaling voor medewerkers in cruciale functies opgenomen.

5. Arbeidshygiënische strategie

Bij het treffen van maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen wordt, naast de algemene maatregelen (zie hoofdstuk 3) uitgegaan van de Arbeidshygiënische strategie.

De arbeidshygiënische strategie (Arbobesluit, art. 4.4,) houdt in dat je de beheersmaatregelen volgens een hiërarchische volgorde toepast

De volgordelijke stappen van de arbeidshygiënische strategie zijn:

  1. Bronaanpak – Oorzaak wegnemen
  2. Collectieve maatregelen – bv afscherming of afzuiging
  3. Individuele maatregelen – bv werk ander organiseren/taakroulatie
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen – als andere stappen niet helpen dan pas PBM toepassen

De werkgever moet eerst de mogelijkheden op een hoger niveau onderzoeken, voordat besloten wordt tot maatregelen op een lager niveau. Hierbij geldt het redelijkerwijs-principe: de werkgever mag alleen maatregelen op een lager niveau nemen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende of economische redenen).

6. Pandplan

De werkgever heeft de wettelijke verplichting verspreiding van het coronavirus zoveel als mogelijk op de kantoorwerkplek te voorkomen en daartoe een beleid te voeren.

Aanvullende maatregelen:

  • Voor ieder Rijkskantoor is een pandplan/protocol gemaakt;
  • Deze is getoetst door een kerndeskundige waarvan verslag is gedaan in een toetsingsbrief;
  • Het pandplan wordt actueel gehouden (zie 1.2).

Het protocol voor de Rijksdienst (zie bijlage 4 [link naar aan te maken pagina voor bijlage 4]) is als leidraad gebruikt voor het per pand opstellen van pand gebonden afspraken hoe voldaan wordt aan de corona maatregelen die de overheid aangeeft (zie site RIVM). De maatregelen die genoemd staan in het pandplan en/of protocol maken deel uit van het Plan van aanpak RI&E en dienen periodiek geactualiseerd te worden als de daarmee opgedane ervaring, gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden of de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening daartoe aanleiding geven.

De totale benutbare capaciteit van kantoren zal sterk afnemen als gevolg van de 1,5 meterregel. De precieze afname van de capaciteit verschilt per pand en is onder meer afhankelijk van de indeling van de kantoorwerkgebieden, de vormgeving en omvang van decentrale ondersteunende ruimtes en de maximale (doorstroom)capaciteit van liften, trappen, tourniquets, doorgangen, en het gebruik van de zitcapaciteit in de overleg- en vergaderzalen. Met name bij panden waar sprake is van hoogbouw (gebruik liften), bureaus relatief dicht op elkaar staan of gangen relatief smal zijn neemt de capaciteit sterk af.

6.1 Algemeen

In het pandplan /protocol moet beschreven zijn:

Maatregelen

  • Er is een COVID-19 verantwoordelijke aangesteld per onderdeel. Deze speelt in op de specifieke belangen van het onderdeel binnen het pand. De COVID-19 verantwoordelijke heeft continu aandacht voor de risico’s van Corona en een veilige werkwijze. Hij/zij ziet (mede) toe op naleving van de afspraken en de actualiteit van het pandplan en de aanvullende communicatie/voorlichting daarover naar de medewerkers waar ze terecht kunnen met vragen (zie toetsingskader bijlage 3);
  • Bij de uitvoer en voorlichting van de maatregelen van het pandplan is rekening gehouden met medewerkers met een visuele en fysieke beperking;
  • Er is duidelijk aangegeven waar en bij wie medewerkers terecht kunnen met vragen over COVID-19 en bij wie ze terecht kunnen ingeval preventieve afspraken niet nagekomen worden;
  • De basisregels om besmetting tegen te gaan zijn vastgelegd en gecommuniceerd met de medewerkers. Deze maatregelen zijn zichtbaar aangebracht in het pand (zie maatregelen onder hoofdstuk 4);
  • Het gebouwbeheer is op orde bij opstart na periode van lage bezettingsgraad of leegstand. Denk aan:
    • water (doorspoelen leidingen)
    • legionella beheersplan is actueel en uitgevoerd
    • luchtbehandeling/verwarming is onderhouden,
    • schoonmaak is ingeregeld op het niveau van het aantal gebruikers van het pand;
    • verlichting is gecontroleerd op mogelijke defecten;
    • nooddeuren zijn opgenomen in de controle op gangbaarheid.
  • In het pandplan/protocol staat aangegeven wat de maximale bezettingsgraad mag zijn waarbij veilig en gezond gewerkt kan worden met inachtneming van minimaal de 1.5 meter afstand tot elkaar.
  • Er is een inventarisatie gemaakt van plaatsen en situaties waar de 1,5 meter niet aangehouden kan worden;
  • Er is duidelijk aangegeven hoeveel mensen tegelijk van de lift gebruik kunnen maken.

6.2 Werkplekken

Het werk is zo georganiseerd dat 1,5 meter afstand houden mogelijk is.

Het gaat er om de kans op overdracht zo klein mogelijk te maken door afstand houden en zo nodig fysiek afschermen van medewerkers.

Maatregelen

  • Tussen werkplekken minimaal 1,5 meter ruimte (ook in overlegruimtes/ pauzeruimtes/ wachtruimtes);
  • Indien werkzaamheden aantoonbaar niet georganiseerd kunnen worden met 1,5 meter afstand en het werk is niet uit te stellen, dan zijn extra maatregelen nodig die een vergelijkbaar niveau van gezond/veilig oplevert. Bij het bepalen van dat alternatief moet de arbeidshygiënische strategie worden gevolgd (zie hoofdstuk 5);
  • Loop- en transportroutes zo aanleggen dat zo min mogelijk ‘gekruist’ wordt met andere routes/personen (bijvoorbeeld éénrichting);
  • COVID-19-maatregelen en -procedures worden vertaald naar gedragsregels zodat elke medewerker weet wat hij/zij moet doen. Afhankelijk van de locatie kunnen specifieke gedragsregels per functie/team gelden (denk bv aan RSO/RBO/derden/baliefunctie/postbezorging e.d.).
    Voor de meeste werknemers gelden de algemene vestigingsafspraken die vooraf kenbaar zijn gemaakt aan de medewerkers, makkelijk terug te vinden zijn op intranet én in het pand duidelijk staan aangegeven;

6.3 Bezoek

Maatregelen

  • Beperk het ontvangen van bezoek;
  • Bezoek wordt consequent vooraf over de geldende regels geïnformeerd;
  • Beschreven zijn de mogelijkheden om het fysiek contact beperkt te houden of anders te organiseren is (bijvoorbeeld digitaal);
  • De maatregelen om bezoek te kunnen ontvangen zijn genomen. Denk hierbij aan de aanmeldprocedure, alleen fysiek bezoek als er geen gezondheidsklachten zijn, welke ruimten beschikbaar zijn en bezoek ontvangen zo mogelijk dicht bij de ingang dit om bezoekbewegingen binnen een pand beperkt te houden;
  • Bezoekerspassen worden direct na inname schoongemaakt;
  • Er is vooraf een analyse gemaakt of bij het te ontvangen bezoek agressie te verwachten is waarbij de 1, 5 meter niet gewaarborgd kan worden. In die gevallen wordt een passende spreekkamer gebruikt (bijvoorbeeld met brede nagelvaste tafel, of een spreekkamer op een externe locatie in samenspraak met bijvoorbeeld de politie);
  • Preventieve maatregelen in het kader van COVID-19 mogen geen invloed hebben op de vluchtmogelijkheden bij calamiteiten.

6.4 Bedrijfshulpverlening

De BHV-organisatie is afgestemd op het COVID-19 besmettingsrisico (inclusief ontruiming).

Maatregelen

  • De taken en nadere afspraken omtrent COVID-19 van de BHV-organisatie zijn beschreven in het BHV-plan;
  • De BHV-ers zijn op de hoogte van de aangepaste taken en afspraken;
  • De bezetting van de BHV-organisatie is op orde. Dat wil zeggen dat de aanwezigheid van BHV-ers en opvolging van calamiteiten is gewaarborgd ook als maar een deel van de medewerkers op de werkplek aanwezig is;
  • Er is een aangescherpte richtlijn van de reanimatieraad die bekend is bij de BHV-ers;
  • Indien er sprake is van route aanduiding/eenrichtingsverkeer dan weten medewerkers/derden in het pand/bezoekers dat bij een ontruiming er altijd sprake is van het gebruik van de kortste vluchtweg naar buiten;
  • Vluchtwegen zijn altijd vrij van obstakels. Medewerkers werken daaraan mee en controle vindt in ieder geval plaats bij de sluitronde ;
  • Om te voorkomen dat medewerkers dicht bij elkaar komen is er geen centrale verzamelplaats bij ontruimingen.

6.5 Goederenontvangst

De goederenontvangst/expeditie vormt een aandachtsgebied omdat daar regelmatig leveranciers binnen komen.

Maatregelen

  • Beperk het aantal medewerkers dat in de expeditie aanwezig is;
  • Beperk de toegang van leveranciers tot alleen die plaatsen waar dat nodig is;
  • De basismaatregelen (zie hfdst 4) worden opgevolgd;
  • De medewerkers zijn voorgelicht over de hygiëne maatregelen en volgen deze op na de ontvangst van goederen en voor het betreden van de kantooromgeving;
  • Er zijn in de expeditie voldoende middelen aanwezig om de hygiëne maatregelen op te kunnen volgen.

6.6 Fietsenstalling/garage

       Maatregelen

  • De fietsenstalling/garage is op een veilige wijze te bereiken en te verlaten door:
    • Duidelijke aanduiding met betrekking tot route en verplichtingen;
    • Minimaal 1,5 meter afstand te kunnen houden;
    • Elkaar de ruimte te geven;
    • Aanvullende voorzieningen zoals eenrichtingsverkeer, afscheiding e.d..
  • Als bezoekers mogen/kunnen parkeren in de garage dan is voorlichting gegeven over wat de preventieve maatregelen in het kader van COVID-19 zijn. Dit betreft het volgen van de algemene maatregelen onder 4 genoemd en het volgen van de dringende adviezen met betrekking tot het dragen van niet medische mond-neuskapjes;
  • Bij dienstfietsen worden de contactpunten door de gebruiker voor aanvang en direct na gebruik gereinigd met middelen die in de fietsenstalling ter beschikking staan. Dit kunnen (weggooi) schoonmaakdoekjes zijn (zonder ethanol). Er staat een aparte afvalbak waar gebruikte doekjes weggegooid kunnen worden;
  • Bij dienstauto’s (wisselende gebruikers) worden de contactpunten schoongemaakt door de gebruiker voor aanvang en direct na gebruik met middelen die ter beschikking gesteld zijn voor dit doel. Dit kunnen (weggooi) schoonmaakdoekjes zijn (zonder ethanol). Er staat een aparte afvalbak waar gebruikte doekjes weggegooid kunnen worden;
  • Indien een (dienst)auto door meerdere gebruikers tegelijkertijd gebruikt wordt dan gelden aanvullende adviezen zie link: mond-neuskapjes in (dienst)auto.

6.7 Schoonmaak

De schoonmaakorganisatie werkt volgens het door het RIVM opgestelde protocol. De contractuele afspraken voor het betreffende pand worden aangehouden waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheid van COVID-19. Denk hierbij aan verminderde schoonmaak op verdiepingen waar geen activiteiten plaatsvinden en intensivering van schoonmaak daar waar de grote logistieke stromen van bewoners plaatsvindt. Hierover vindt periodiek afstemming plaatst tussen de Concern dienstverlener en de schoonmaakorganisatie.

Werkplek: De werkplek vereist extra aandacht vanuit de te nemen 1,5 meter maatregelen.

Maatregel gebruiker

  • De gebruiker reinigt zelf zijn werkplek bij aanvang van zijn werk en bij het, voor langere tijd, verlaten van zijn werkplek. Dit biedt de gebruiker de mogelijkheid om in control te zijn over de reinheid van de werkplek.
  • Onder schoonmaak van de eigenwerkplek wordt verstaan de contactpunten van de stoel, bureau, toetsenbord, muis en beeldscherm.

Maatregel werkgever

  • De werkgever stelt reinigingsmiddelen ter beschikking waarmee de werkplek kan worden gereinigd. De ruimtes van de werkplekken worden voorzien van een duidelijke handleiding voor de gebruiker betreffende de schoonmaak van de gehele werkplek;
  • Er is duidelijk aangegeven waar de schoonmaakmiddelen staan en waar gebruikte doekjes weggegooid moeten worden;
  • Voor een mogelijk besmettingsgeval bestaat een schoonmaakprotocol bij RSO dat van toepassing blijft en zo nodig geactualiseerd wordt. Ook als er geen sprake is van een contract met RSO zorgt de werkgever zo nodig voor aanvullende inzet van de schoonmaakdienst.
  • Extra aandacht is er voor het schoonmaken van contactoppervlakken als buitenlift, intercom/bel/reling oprit en:
    • deurklinken;
    • trapleuningen;
    • licht- en liftschakelaars;
    • kranen;
    • sanitair;
    • balies;
    • telefoontoestellen;
    • koffiezetapparaten;
    • kopieerapparaten en printers.
  • Duidelijk aangegeven is welke middelen waar aanwezig zijn en hoe controle plaatsvindt op voldoende aanwezigheid van de middelen. Denk hierbij aan handdoekjes, zeep, gel (zonder ethanol).

6.8 Kwetsbare groepen

De Rijksoverheid biedt een gezonde en aanvaardbaar veilige werkomgeving voor haar medewerkers met extra aandacht voor medewerkers met een kwetsbare gezondheid (Arbowet art 3 lid 1). Hiervoor wordt de RIVM risicogroep classificatie.

De bedrijfsarts geeft advies over de hoog-risicogroepen bij vragen over de inzetbaarheid

Het RIVM geeft onder andere aan:

  • Mensen ouder dan 70 jaar;
  • Mensen ouder dan 18 jaar met onderliggende aandoeningen;
  • Overgewicht BMI >40;
  • Mensen met verminderde weerstand.

Bij medische vragen en over COVID-19 in het bijzonder, kunnen medewerkers gebruik maken van het arbeidsomstandighedenspreekuur van de bedrijfsarts.

Daarnaast biedt de bedrijfsarts ondersteuning bij re-integratietrajecten.

Ervaar je gezondheidsklachten of zijn er zorgen over de gezondheid, neem dan contact op met de bedrijfsarts.

Zwanger
De Arbowet verplicht werkgevers om blootstelling aan ziekmakende agentia bij werknemers te voorkomen. En ‘daar waar de werknemer gevoeliger is voor nadelige effecten op de gezondheid dient aanvullende bescherming te worden geboden’. De Arbowet eist van werkgevers dat zij extra aandacht besteden aan zwangere vrouwen met het oog op beroeps gebonden gezondheidsrisico’s voor de werkneemster en het ongeboren kind (art 1.42 Arbobesluit).

Omdat ook een andere infectie een zwangerschap nadelig kan beïnvloeden, moet alles in het werk worden gesteld om de kans op een onbeschermde blootstelling aan wat voor infectieziekte dan ook te voorkomen.

https://lci.rivm.nl/zwangerschap-werk-en-covid-19

6.9 Beschermingsmiddelen

Indien de basismaatregelen (zie hoofdstuk 4) voldoende zijn om veilig te kunnen werken in de kantoren dan zijn aanvullende beschermingsmiddelen niet nodig. De actualiteit geeft aan of daar verandering in komt.

Het dragen van mond-neuskapjes in het openbaar vervoer is verplicht.

Maatregelen niet medische mondkapjes

  • Het dringende advies voor het dragen van niet medische mond-neuskapjes in publieke ruimten wordt gevolgd. Zie de link: mond-neuskapjes.
  • De vergoeding van niet medische mondkapjes volgt uit de CAO afspraken.

Niet-medische mond-neuskapjes

Niet-medische mondkapjes zijn zelfgemaakte mondkapjes en in serieproductie gemaakte mondkapjes zonder enige claim.
Instructie gebruik niet medisch mond-neuskapjes

Naast de niet medische mond-neuskapjes worden in de Arbowet persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) beschreven (Arbobesluit art 8.3).
PBM, in overleg met een deskundige zoals een arbeidshygiënist bepaald, worden ingezet als vastgesteld is dat het werk niet uitgesteld kan worden en er geen andere maatregelen zijn die voldoende bescherming bieden. Het gaat om middelen die medewerkers of juist anderen beschermen tegen besmetting.

Maatregelen Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Ten aanzien van de preventieve maatregelen tegen Corona moeten de PBM voldoen aan het Warenwetbesluit PBM 2018 en worden de richtlijnen van het RIVM met betrekking tot het dragen gevolgd
  • Het toepassen van een PBM (als laatste middel in de arbeidshygiënische strategie) moet vastgelegd zijn in de risico- inventarisatie- en evaluatie
  • Zorg voor voorlichting over het aanschaffen van de juiste PBM, het doel, wijze van gebruik, onderhoud en vervanging van PBM. Het PBM wordt in overleg met een deskundige vastgesteld en periodiek geëvalueerd.
  • De verstrekte PBM moeten voldoen aan de eisen beschreven in het Arbobesluit (art 8.1 lid1 en lid 2) en CE -gemarkeerd. Een door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gesteld persoonlijk beschermingsmiddel is in overeenstemming met de betreffende bepalingen inzake ontwerp en constructie op het gebied van veiligheid en gezondheid, bedoeld in het Warenwetbesluit PBM 2018.

6.10 Ventilatie

Ventileren is het voortdurend verversen van lucht. De buitenlucht vervangt telkens (een deel van) de binnenlucht die vervuild is door bijvoorbeeld vocht, stof en ziekteverwekkers. Ventileren is mogelijk via natuurlijke ventilatie (bijvoorbeeld roosters, ramen of kieren) of via mechanische ventilatie (ventilatiesysteem)

Volgens het RIVM-advies over luchtventilatie, gebaseerd op de huidige inzichten, is niet aangetoond dat verspreiding via aerosolen relevant is. Het is echter ook niet uit te sluiten. Bij gebouwen die voldoen aan de geldende eisen van het bouwbesluit zijn vooralsnog, geen aanvullende maatregelen nodig.

De werkgever is verantwoordelijk voor de gezonde werkplek en het nemen van de juiste beheersmaatregelen om ervoor te zorgen dat werknemers gezond en veilig kunnen werken (art 3 Arbowet). Dit gebeurt op basis van de actuele kennis van de risico’s en de stand van de wetenschap (art 5 Arbowet) 

Maatregelen

  • Ventilatievoorzieningen worden goed onderhouden, ingeregeld en gebruikt,
  • Voor het gebruik van aanvullende ventilatiemogelijkheden adviseert de pandbeheerder in samenspraak met een materie deskundige. Denk hierbij aan natuurlijke ventilatie door het openen van ramen of juist niet als de buitentemperatuur hoger wordt dan de binnentemperatuur.

Het Rijk volgt het  algemeen ventilatieadvies van het RIVM. Totdat anders aangegeven wordt is het huidige Bouwbesluit (afdeling 3.6) en staand beleid in de Arbocatalogus Beeldschermwerk van kracht.

  • Vermijd het gebruik van apparaten die een sterke luchtstroom produceren, zoals (zwenk)ventilatoren en mobiele airco’s, in ruimten waar meerdere personen samen kunnen komen en gemeenschappelijke ruimten. Als gebruik van deze apparaten echter noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat het zo warm wordt dat er (gezondheids-)klachten kunnen ontstaan, voorkom dan dat de luchtstroom direct van de ene persoon naar de andere gaat.
  • Zorg indien technisch mogelijk voor een goede ventilatie van de liftkooi als de lift stilstaat op een verdieping (bijvoorbeeld de deur open).
  • Om een optimale werking van het ventilatiesysteem te borgen worden ventilatieroosters niet dicht gezet of afgeplakt door medewerkers.

7. Psychosociale aspecten

De impact van Corona voor medewerkers en organisaties op de kwaliteit van arbeid heeft veel overeenkomsten. Denk aan de mate van flexibiliteit die wordt gevraagd, veranderende werktijden, risico’s en kansen van een mix van thuis- en kantoorwerken, samenwerken op afstand of juist in nabijheid van elkaar.
Wanneer de veranderingen in het werk door de coronacrisis langdurig aanhouden, is het van belang specifiek aandacht te besteden aan de risico’s die deze veranderende werksituatie met zich mee brengen.

De veranderende manier van werken heeft invloed op het te voeren arbeidsomstandighedenbeleid dat gericht is op voorkoming en indien niet mogelijk het beperken van psychosociale arbeidsbelasting (PSA).

Maatregelen

  • De werkgever past vragen in het medewerkers onderzoek aan op de actuele (COVID-19) situatie;
  • Medewerkers zijn voorgelicht over de deskundige bijstand die zij zelfstandig kunnen benaderen bij vragen en/of knelpunten (bv bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werk, vertrouwenspersoon, Arbo-deskundige, teamleider). In ieder geval via intranet per onderdeel, via introductieprogramma nieuwe/tijdelijke medewerkers en periodieke aandacht over PSA-onderwerpen middels nieuwsbrieven en of workshops tijdens werkoverleggen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitleg over de Code Integriteit Rijk door een vertrouwenspersoon tijdens een werkoverleg;
  • Leidinggevenden hebben kennis van en zijn alert op signalen van medewerkers die vast kunnen lopen. Denk hierbij aan bv. werkdruk, bore-out, balans werk/privé, missen van sociale cohesie. De verdere uitwerking van deze maatregel is opgenomen in de Arbocatalogus werkdruk en overige PSA.
  • Medewerkers zijn voorgelicht over de eigen verantwoordelijkheid van het tijdig signaleren en bespreken van knelpunten met de leidinggevende. Tijdens workshops/presentaties en berichtgeving over PSA-onderwerpen wordt niet alleen de rol van de werkgever en Arbospecialisten aangegeven maar ook de eigen verantwoordelijkheid van de medewerker met betrekking tot het volgen van de aangegeven maatregelen en het signaleren van knelpunten;
  • Leidinggevenden maken tijdens de voortgangsgesprekken gebruik van de vraag over arbeidsomstandigheden om nader in te gaan op de persoonlijke situatie van de medewerker aangaande o.a.
    Arbeidsinhoud en organisatie van het werk
    Arbeidsverhoudingen (cultuur)
    Arbeidsvoorwaarden inclusief het opnemen van aansluitend verlof
    Arbeidsomstandigheden (bv de werkplekinrichting en de mate van rustig kunnen werken)
    Sociale cohesie.

Zie ook de Arbocatalogus Werkdruk en overige psychosociale arbeidsbelasting

8. Vragen over Gezondheid

Maatregelen

  • Algemeen
    Voor algemene vragen over bijvoorbeeld procedures, beleid, advies over het werken op kantoor tijdens COVID-19 kunnen medewerkers terecht bij de eigen werkgever/leidinggevende. De medewerker hoeft daarbij geen medische informatie te delen met de leidinggevende.
  • Medisch
    De bedrijfsarts heeft een arbeidsomstandighedenspreekuur waar medewerkers gebruik van kunnen maken.
    Daarnaast biedt de bedrijfsarts ondersteuning bij re-integratietrajecten, adviseert over preventieve maatregelen betreffende het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid, bedoeld in artikel 3 Arbowet en geeft advies over risicogroepen.
    Worden gezondheidsklachten ervaren of zijn er zorgen over de gezondheid, neem dan contact op met de bedrijfsarts.
  • Testen
    Zijn er klachten zoals verkoudheid, hoesten, verhoging of plotseling verlies van smaak en reuk dan kan een Corona test aangevraagd worden via de GGD (0800-1202).
  • Welzijn
    Veel zorgen kunnen weggenomen worden door vragen die leven bespreekbaar te maken. Praat erover met de leidinggevende en/of directe collega’s.
    Bij vragen om advies of begeleiding van een bedrijfsmaatschappelijk werker neem dan contact.
    Voor inzicht in de feitelijke aanwezige risico’s ten aanzien van psychosociale arbeidsbelasting als gevolg van COVID-19 en de maatregelen om deze te beheersen, kan de betreffende risico-inventarisatie en -evaluatie ingezien worden.
  • Werkplek
    Voor vragen over werkplek en werkplekinstelling wordt de preventiemedewerker/ergo coach van het eigen onderdeel benaderd.
    Deze geeft aan op welke wijze zo nodig een (digitaal) werkplekonderzoek gefaciliteerd kan worden.
    Bij vragen over de inrichting van de werkplek kan de Werkplek tool.

De werkplektool geeft aan:

  • Instellen werkplek
  • Werken aan de “keukentafel”
  • Instructiefilm werkplek instellen
  • Werkplektest
  • Advies ergonoom