Arbocatalogus COVID-19 kantoren Rijksoverheid

1. Aanleiding

Het coronavirus (SARS-CoV-2) veroorzaakt de ziekte COVID-19. De klachten lijken in het begin vaak op een verkoudheid. In het bijzonder mensen die behoren tot de risicogroepen hebben een grotere kans op ernstige complicaties bij COVID-19.

De overheid zorgt met de Arbeidsomstandighedenwet voor voorschriften. De wet geeft werkgevers en werknemers door middel van het opmaken van een Arbocatalogus ruimte om zelf invulling te geven aan de wijze waarop ze binnen hun sector aan de wet willen voldoen. Het voordeel hiervan is dat in ondernemingen en organisaties arbobeleid kan worden gevoerd dat aan de specifieke sectorkenmerken is aangepast.

De Arbocatalogus biedt uniforme afspraken waar ministeries zich aan dienen te houden en tegelijk ruimte bieden die recht doet aan de verschillen tussen organisatieonderdelen, de aard van de werkzaamheden en de diversiteit aan huisvesting.

Om invulling te geven aan artikel 3 van de Arbowet “De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden” is een Arbocatalogus COVID-19 in kantoren Rijksoverheid opgemaakt.

Voor de afbakening van de Rijksdienst is aangesloten bij de CAO Rijk. Daarmee is de Arbocatalogus van toepassing op de werkgevers die vallen onder de sector Rijk (zie bijlage 1). Deze Arbocatalogus is niet van toepassing op het Defensie- apparaat en op ZBO’s met eigen rechtspersoonlijkheid.

1.1 Doel

Het maken van sectorbrede afspraken voor preventieve maatregelen om blootstelling en besmetting ten gevolge van het virus (SARS-CoV-2) dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt zo veel mogelijk te voorkomen bij het werken in kantoren.

Hierdoor wordt een veilige werkplek gerealiseerd. Om dit te bereiken moeten maatregelen worden getroffen en geïmplementeerd worden.

Onder kantoren wordt verstaan de panden waar hoofdzakelijk administratief (beeldscherm)werk wordt uitgevoerd zoals aangegeven op het overzicht panden die in het beheer zijn bij het Rijksvastgoedbedrijf. (zie bijlage 2)

Naast kantoren beschikt de Rijksdienst ook over een groot aantal bijzondere gebouwen, zogenaamde specialties, waaronder gevangenissen, laboratoria en bijzondere objecten van Rijkswaterstaat. In de meeste van deze specialties vinden vitale processen plaats. Departementen zijn verantwoordelijk voor maatregelen ten aanzien van de specialties.

De specialties vallen buiten de context van deze Arbocatalogus.

Wel kan deze Arbocatalogus als inspiratiebron gebruikt worden bij het nemen van preventieve maatregelen in specialty gebouwen.

1.2 Actualiteit Arbocatalogus

De kennis omtrent COVID-19 en de daarbij behorende maatregelen is aan verandering onderhevig. In de Arbocatalogus wordt daarom op meerdere plaatsen verwezen naar de actuele informatie via een link.

Bij wezenlijke veranderingen zal de Arbocatalogus aangepast worden naar actueel beleid en opnieuw ter instemming voorgelegd worden.

De Arbocatalogus is na instemming binnen de sector Rijk en het Sector Overleg Rijk, toetsing door I-SZW en plaatsing in de Staatscourant vindbaar via het Rijksportaal of rechtstreeks op de site van het A+O fonds Rijk.

Indien er wordt afgeweken van de maatregelen die in deze Arbocatalogus aangegeven zijn dan moeten de afwijkende maatregelen minimaal hetzelfde beschermingsniveau bieden op basis van de algemene basismaatregelen en de arbeidshygiënische strategie.

2 COVID-19

Symptomen

Het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakt de ziekte COVID-19. De klachten lijken in het begin vaak op een verkoudheid.

Veel voorkomende symptomen bij COVID-19 zijn:

  • Koorts
  • Luchtwegklachten zoals hoesten
  • Kortademigheid
  • Plotseling verlies van reuk en/of smaak

Actuele informatie is te vinden op de website van het RIVM.

Wijze van overbrengen:

  • Van mens tot mens;
  • Door middel van grote druppels
  • Veel kleine druppels (aerosolen)

Nadere informatie over verspreiding van het virus is te vinden op de RIVM-site.

3. Verantwoordelijkheid

De werkgever heeft de verplichting om ongezonde en onveilige situaties zoals bijvoorbeeld besmetting met COVID-19 te voorkomen, vermijden of de gevolgen te beperken. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in artikel 3 (de werkgever draagt zorg voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers) en artikel 5 (inventarisatie en evaluatie van risico’s) van de Arbowet. In artikel 8 van de Arbowet is de voorlichting, onderricht en het toezicht opgenomen.

Daarnaast heeft de medewerker de verplichting om in zijn doen en laten op de arbeidsplaats overeenkomstig zijn opleiding en door de werkgever gegeven instructies, naar vermogen zorg te dragen voor zijn veiligheid en gezondheid en die van anderen. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in artikel 11 van de Arbowet.

Het is van belang dat de gemaakte afspraken over het gebruik van kantoren strikt worden nageleefd. Van gebruikers van de kantoorpanden wordt verwacht dat zij elkaar ondersteunen in het uitvoeren van de maatregelen. De pand gebonden (concern)dienstverleners hebben een monitorings- en signaleringsfunctie. Bij signaleringen van onveilig gedrag en afwijkingen van gemaakte afspraken wordt dit direct gemeld en besproken met de voor het desbetreffende onderdeel aangewezen Corona verantwoordelijke (zie bijlage 3 Toetsingskader) en worden in onderling overleg maatregelen getroffen.

4. Algemene maatregelen

De Rijksdienst biedt een gezonde en veilige werkomgeving voor haar medewerkers met extra aandacht voor medewerkers met een kwetsbare gezondheid en andere groepen die extra nadelige effecten van de Corona-pandemie ondervinden (Arbowet art 3.1).

Algemene maatregelen die gelden om verspreiding van het virus te voorkomen:

  • De Rijksdienst leeft de huidige en toekomstige preventieve maatregelen van de overheid strikt na en volgt het generiek kader coronamaatregelen en de algemene bepalingen uit de Arbowet en het Arbobesluit;
  • Gepaste afstand en zorg voor een goede en / of voorgeschreven hygiëne Hoest en nies in de elleboog;
  • Medewerkers blijven thuis in quarantaine in situaties die aangegeven zijn door de overheid; zie de link thuisquarantaine.
  • Medewerkers komen niet naar het werk (kantoor) bij:
    • Verkoudheidsklachten
    • Hoesten
    • Benauwdheid
    • Verhoging of koorts
    • Plotseling verlies van reuk en/of smaak
    • Koorts (38 graden Celsius of hoger) en/of benauwdheid bij huisgenoten
    • Na een bezoek aan een door de overheid aangegeven risicogebied blijft de medewerker gedurende de door de overheid aangegeven periode in quarantaine
    • Laat je testen bij klachten die passen bij het Coronavirus.
  • Vermijd drukke plaatsen;
  • Is een medewerker positief getest op corona dan loopt de melding via de afgesproken diensten en processen. Voor het omgaan van individuele informatie over corona gelden de maatregelen die de Autoriteit Persoonsgegevens aangeeft;
  • Volg de instructie bij een (vermoedelijke) besmetting met het coronavirus zoals beschreven in de Rijks brede richtlijnen werkgevers sector Rijk i.v.m. het coronavirus (COVID-19).

5. Arbeidshygiënische strategie

Bij het treffen van maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen wordt, naast de algemene maatregelen (zie hoofdstuk 3) uitgegaan van de Arbeidshygiënische strategie.

De arbeidshygiënische strategie (Arbobesluit, art. 4.4,) houdt in dat je de beheersmaatregelen volgens een hiërarchische volgorde toepast

De volgordelijke stappen van de arbeidshygiënische strategie zijn:

  1. Bronaanpak – Oorzaak wegnemen
  2. Collectieve maatregelen – bv afscherming of afzuiging
  3. Individuele maatregelen – bv werk ander organiseren/taakroulatie
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen

De werkgever moet eerst de mogelijkheden op een hoger niveau onderzoeken, voordat besloten wordt tot maatregelen op een lager niveau. Hierbij geldt het redelijkerwijs-principe: de werkgever mag alleen maatregelen op een lager niveau nemen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende of economische redenen).

6. Pandplan

De werkgever heeft de wettelijke verplichting verspreiding van het coronavirus zoveel als mogelijk op de kantoorwerkplek te voorkomen en daartoe een beleid te voeren.

Aanvullende maatregelen:

  • Voor ieder Rijkskantoor wordt een pandplan/protocol gemaakt;
  • Deze is getoetst door een kerndeskundige waarvan verslag is gedaan in een toetsingsbrief;
  • Het pandplan wordt actueel gehouden (zie1.2).

Het protocol voor de Rijksdienst (zie bijlage 4) wordt hierbij als leidraad gebruikt. De maatregelen die genoemd staan in het pandplan en/of protocol maken deel uit van het Plan van aanpak RI&E en dienen periodiek geactualiseerd te worden als de daarmee opgedane ervaring, gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden of de stand van de wetenschap, politieke besluitvorming en professionele dienstverlening daartoe aanleiding geven.

De totale benutbare capaciteit van kantoren zal sterk afnemen indien afstandmaatregelen worden ingevoerd. De precieze afname van de capaciteit verschilt per pand en is onder meer afhankelijk van de indeling van de kantoorwerkgebieden, de vormgeving en omvang van decentrale ondersteunende ruimtes en de maximale (doorstroom)capaciteit van liften, trappen, tourniquets, doorgangen, en het gebruik van de zitcapaciteit in de overleg- en vergaderzalen. Met name bij panden waar sprake is van hoogbouw (gebruik liften), bureaus relatief dicht op elkaar staan of gangen relatief smal zijn neemt de capaciteit sterk af.

6.1 Algemeen

In het pandplan /protocol moet beschreven zijn:

Maatregelen

  • Er is een COVID-19 verantwoordelijke aangesteld per onderdeel. Deze speelt in op de specifieke belangen van het onderdeel binnen het pand. De COVID-19 verantwoordelijke heeft continu aandacht voor de risico’s van Corona en een veilige werkwijze. Hij/zij ziet (mede) toe op naleving van de afspraken en de actualiteit van het pandplan en de aanvullende communicatie/voorlichting daarover naar de medewerkers waar ze terecht kunnen met vragen (zie toetsingskader bijlage 3);
  • Bij de uitvoer en voorlichting van de maatregelen van het pandplan is rekening gehouden met medewerkers met een visuele en fysieke beperking;
  • Er is duidelijk aangegeven waar en bij wie medewerkers terecht kunnen met vragen over COVID-19 en bij wie ze terecht kunnen ingeval preventieve afspraken niet nagekomen worden;
  • De basisregels om besmetting tegen te gaan zijn vastgelegd en gecommuniceerd met de medewerkers. Deze maatregelen zijn zichtbaar aangebracht in het pand (zie maatregelen onder hoofdstuk 4);
  • Het gebouwbeheer is op orde bij opstart na periode van lage bezettingsgraad of leegstand. Denk aan:
    • water (doorspoelen leidingen)
    • legionella beheersplan is actueel en uitgevoerd
    • luchtbehandeling/verwarming is onderhouden,
    • schoonmaak is ingeregeld op het niveau van het aantal gebruikers van het pand;
    • verlichting is gecontroleerd op mogelijke defecten;
    • nooddeuren zijn opgenomen in de controle op gangbaarheid.
  • In het pandplan/protocol staat aangegeven wat de maximale bezettingsgraad mag zijn waarbij veilig en gezond gewerkt kan worden .
  • Er is een inventarisatie gemaakt van plaatsen en situaties waar onvoldoende afstand aangehouden kan worden;
  • Er is duidelijk aangegeven hoeveel mensen tegelijk van de lift gebruik kunnen maken.

6.2 Werkplekken

Het werk is zo georganiseerd de voorgeschreven afstand dan wel gewenste afstand mogelijk is.

Maatregelen

  • Tussen werkplekken voorgeschreven ruimte maken (ook in overlegruimtes/ pauzeruimtes/ wachtruimtes);
  • Indien werkzaamheden aantoonbaar niet georganiseerd kunnen worden met gepaste dan wel voorgeschreven afstand en het werk is niet uit te stellen, dan zijn extra maatregelen nodig die een vergelijkbaar niveau van gezond/veilig oplevert. Bij het bepalen van dat alternatief moet de arbeidshygiënische strategie worden gevolgd (zie hoofdstuk 5);
  • Loop- en transportroutes zo aanleggen dat zo min mogelijk ‘gekruist’ wordt met andere routes/personen (bijvoorbeeld éénrichting);
  • COVID-19-maatregelen en -procedures worden vertaald naar gedragsregels zodat elke medewerker weet wat hij/zij moet doen. Afhankelijk van de locatie kunnen specifieke gedragsregels per functie/team gelden (denk bv aan RSO/RBO/derden/baliefunctie/postbezorging e.d.).
    Voor de meeste werknemers gelden de algemene vestigingsafspraken die vooraf kenbaar zijn gemaakt aan de medewerkers, makkelijk terug te vinden zijn op intranet én in het pand duidelijk staan aangegeven;

6.3 Bezoek

Maatregelen

  • Beperk het ontvangen van bezoek;
  • Bezoek wordt consequent vooraf over de geldende regels geïnformeerd;
  • Beschreven zijn de mogelijkheden om het fysiek contact beperkt te houden of anders te organiseren is (bijvoorbeeld digitaal);
  • Maatregelen om bezoek te kunnen ontvangen zijn genomen. Denk hierbij aan de aanmeldprocedure, alleen fysiek bezoek als er geen gezondheidsklachten zijn, welke ruimten beschikbaar zijn en bezoek ontvangen zo mogelijk dicht bij de ingang dit om bezoekbewegingen binnen een pand beperkt te houden;
  • Bezoekerspassen worden direct na inname schoongemaakt;
  • Er is vooraf een analyse gemaakt of bij het te ontvangen bezoek agressie te verwachten is. In die gevallen worden maatregelen getroffen (bijvoorbeeld een spreekkamer met brede nagelvaste tafel, of een spreekkamer op een externe locatie in samenspraak met bijvoorbeeld de politie);
  • Preventieve maatregelen in het kader van COVID-19 mogen geen invloed hebben op de vluchtmogelijkheden bij calamiteiten.

6.4 Bedrijfshulpverlening

De BHV-organisatie is afgestemd op het COVID-19 besmettingsrisico (inclusief ontruiming).

Maatregelen

  • De taken en nadere afspraken omtrent COVID-19 van de BHV-organisatie zijn beschreven in het BHV-plan;
  • De BHV-ers zijn op de hoogte van de taken en afspraken;
  • De bezetting van de BHV-organisatie is op orde. Dat wil zeggen dat de aanwezigheid van BHV-ers en opvolging van calamiteiten is gewaarborgd ook als maar een deel van de medewerkers op de werkplek aanwezig is;
  • De richtlijn van de reanimatieraad is bekend bij de BHV-ers;
  • Indien er sprake is van route aanduiding/eenrichtingsverkeer dan weten medewerkers/derden in het pand/bezoekers dat bij een ontruiming er altijd sprake is van het gebruik van de kortste vluchtweg naar buiten;
  • Vluchtwegen zijn altijd vrij van obstakels. Medewerkers werken daaraan mee en controle vindt in ieder geval plaats bij de sluitronde ;
  • Eventueel: de centrale verzamelplaats bij ontruimingen aanpassen dan wel afschaffen (met het oog op afstand)

6.5 Goederenontvangst

De goederenontvangst/expeditie vormt een aandachtsgebied omdat daar regelmatig leveranciers binnen komen.

Maatregelen

  • Beperk het aantal medewerkers dat in de expeditie aanwezig is;
  • Beperk de toegang van leveranciers tot alleen die plaatsen waar dat nodig is;
  • De basismaatregelen (zie hfdst 4) worden opgevolgd;
  • De medewerkers zijn voorgelicht over de hygiënemaatregelen en volgen deze op na de ontvangst van goederen en voor het betreden van de kantooromgeving;
  • Er zijn in de expeditie voldoende middelen aanwezig om de hygiënemaatregelen op te kunnen volgen.

6.6 Fietsenstalling/garage

Maatregelen

  • De fietsenstalling/garage is op een veilige wijze te bereiken en te verlaten door:
    • Duidelijke aanduiding met betrekking tot route en verplichtingen;
    • Voorgeschreven afstand te kunnen houden;
    • Elkaar de ruimte te geven;
    • Aanvullende voorzieningen zoals eenrichtingsverkeer, afscheiding e.d..
  • Als bezoekers mogen/kunnen parkeren in de garage dan is voorlichting gegeven over wat de preventieve maatregelen in het kader van COVID-19 zijn;
  • Bij dienstfietsen worden de contactpunten door de gebruiker voor aanvang en direct na gebruik gereinigd met middelen die in de fietsenstalling ter beschikking staan;
  • Bij dienstauto’s (wisselende gebruikers) worden de contactpunten schoongemaakt door de gebruiker voor aanvang en direct na gebruik met middelen die ter beschikking gesteld zijn voor dit doel;

6.7 Schoonmaak

De schoonmaakorganisatie werkt volgens het door het RIVM opgestelde protocol. De contractuele afspraken voor het betreffende pand worden aangehouden waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheid van COVID-19. Denk hierbij aan verminderde schoonmaak op verdiepingen waar geen activiteiten plaatsvinden en intensivering van schoonmaak daar waar de grote logistieke stromen van bewoners plaatsvindt. Hierover vindt periodiek afstemming plaatst tussen de Concern dienstverlener en de schoonmaakorganisatie.

Maatregel gebruiker

  • De gebruiker reinigt zelf zijn werkplek bij aanvang van zijn werk en bij het, voor langere tijd, verlaten van zijn werkplek. Dit biedt de gebruiker de mogelijkheid om in control te zijn over de reinheid van de werkplek.
  • Onder schoonmaak van de eigen werkplek wordt verstaan de contactpunten van de stoel, bureau, toetsenbord, muis en beeldscherm.

Maatregel werkgever

  • De werkgever stelt reinigingsmiddelen ter beschikking waarmee de werkplek kan worden gereinigd. De ruimtes van de werkplekken worden voorzien van een duidelijke handleiding voor de gebruiker betreffende de schoonmaak van de gehele werkplek;
  • Er is duidelijk aangegeven waar de schoonmaakmiddelen staan en waar gebruikte doekjes weggegooid moeten worden;
  • Voor een mogelijk besmettingsgeval bestaat een schoonmaakprotocol bij RSO dat van toepassing blijft en zo nodig geactualiseerd wordt. Ook als er geen sprake is van een contract met RSO zorgt de werkgever zo nodig voor aanvullende inzet van de schoonmaakdienst. Memo: werkwijze schoonmaak bij vermoeden besmetting
  • Extra aandacht is er voor het schoonmaken van contactoppervlakken als buitenlift, intercom/bel/reling oprit en:
    • deurklinken;
    • trapleuningen;
    • licht- en liftschakelaars;
    • kranen;
    • sanitair;
    • balies;
    • telefoontoestellen;
    • koffiezetapparaten;
    • kopieerapparaten en printers.
  • Duidelijk aangegeven is welke middelen waar aanwezig zijn en hoe controle plaatsvindt op voldoende aanwezigheid van de middelen. Denk hierbij aan handdoekjes, zeep, gel (zonder ethanol).

6.8 Kwetsbare groepen

De Rijksoverheid biedt een gezonde en aanvaardbaar veilige werkomgeving voor haar medewerkers met extra aandacht voor medewerkers met een kwetsbare gezondheid (Arbowet art 3 lid 1). Hiervoor wordt de RIVM risicogroep classificatie  toegepast.

De bedrijfsarts geeft advies over de hoog-risicogroepen (vastgesteld door RIVM) bij vragen over de inzetbaarheid. Bij medische vragen en over COVID-19 in het bijzonder, kunnen medewerkers gebruik maken van het arbeidsomstandighedenspreekuur van de bedrijfsarts.

Daarnaast biedt de bedrijfsarts ondersteuning bij re-integratietrajecten.Ervaar je gezondheidsklachten of zijn er zorgen over de gezondheid, neem dan contact op met de bedrijfsarts.

Zwanger

De Arbowet verplicht werkgevers om blootstelling aan ziekmakende agentia bij werknemers te voorkomen. En ‘daar waar de werknemer gevoeliger is voor nadelige effecten op de gezondheid dient aanvullende bescherming te worden geboden’. De Arbowet eist van werkgevers dat zij extra aandacht besteden aan zwangere vrouwen met het oog op beroeps gebonden gezondheidsrisico’s voor de werkneemster en het ongeboren kind (art 1.42 Arbobesluit).

6.9 Beschermingsmiddelen

Indien de basismaatregelen (zie hoofdstuk 4) voldoende zijn om veilig te kunnen werken in de kantoren dan zijn aanvullende beschermingsmiddelen niet nodig. De actualiteit geeft aan of daar verandering in komt.

Naast niet medische mond-neuskapjes worden in de Arbowet persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) beschreven (Arbobesluit art 8.3).

PBM, in overleg met een deskundige zoals een arbeidshygiënist bepaald, worden ingezet als vastgesteld is dat het werk niet uitgesteld kan worden en er geen andere maatregelen zijn die voldoende bescherming bieden. Het gaat om middelen die medewerkers of juist anderen beschermen tegen besmetting.

Maatregelen Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • PBM moeten voldoen aan het Warenwetbesluit PBM 2018 en bij gebruik worden de richtlijnen van het RIVM met betrekking tot het dragen gevolgd.
  • Het toepassen van een PBM (als laatste middel in de arbeidshygiënische strategie) moet vastgelegd zijn in de risico- inventarisatie- en evaluatie.
  • Zorg voor voorlichting over het aanschaffen van de juiste PBM, het doel, wijze van gebruik, onderhoud en vervanging van PBM. Het PBM wordt in overleg met een deskundige vastgesteld en periodiek geëvalueerd.
  • De verstrekte PBM moeten voldoen aan de eisen beschreven in het Arbobesluit (art 8.1 lid1 en lid 2) en CE -gemarkeerd. Een door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gesteld persoonlijk beschermingsmiddel is in overeenstemming met de betreffende bepalingen inzake ontwerp en constructie op het gebied van veiligheid en gezondheid, bedoeld in het Warenwetbesluit PBM 2018.

6.10 Ventilatie

Ventileren is het voortdurend verversen van lucht. De buitenlucht vervangt telkens (een deel van) de binnenlucht die vervuild is door bijvoorbeeld vocht, stof en ziekteverwekkers. Ventileren is mogelijk via natuurlijke ventilatie (bijvoorbeeld roosters, ramen of kieren) of via mechanische ventilatie (ventilatiesysteem)

De werkgever is verantwoordelijk voor de gezonde werkplek en het nemen van de juiste beheersmaatregelen om ervoor te zorgen dat werknemers gezond en veilig kunnen werken (art 3 Arbowet). Dit gebeurt op basis van de actuele kennis van de risico’s en de stand van de wetenschap (art 5 Arbowet)

Maatregelen

  • Ventilatievoorzieningen worden goed onderhouden, ingeregeld en gebruikt,
  • Voor het gebruik van aanvullende ventilatiemogelijkheden adviseert de pandbeheerder in samenspraak met een materie deskundige. Denk hierbij aan natuurlijke ventilatie door het openen van ramen of juist niet als de buitentemperatuur hoger wordt dan de binnentemperatuur.
    Het Rijk volgt het  algemeen ventilatieadvies van het RIVM. Totdat anders aangegeven wordt is het huidige Bouwbesluit (afdeling 3.6) en staand beleid in de Arbocatalogus Beeldschermwerk van kracht.
  • Vermijd het gebruik van apparaten die een sterke luchtstroom produceren, zoals (zwenk)ventilatoren en mobiele airco’s, in ruimten waar meerdere personen samen kunnen komen en gemeenschappelijke ruimten. Als gebruik van deze apparaten echter noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat het zo warm wordt dat er (gezondheids-)klachten kunnen ontstaan, voorkom dan dat de luchtstroom direct van de ene persoon naar de andere gaat.
  • Zorg indien technisch mogelijk voor een goede ventilatie van de liftkooi als de lift stilstaat op een verdieping (bijvoorbeeld de deur open).
  • Om een optimale werking van het ventilatiesysteem te borgen worden ventilatieroosters niet dichtgezet of afgeplakt door medewerkers.

7. Psychosociale aspecten

De impact van Corona voor medewerkers en organisaties op de kwaliteit van arbeid heeft veel overeenkomsten. Denk aan de mate van flexibiliteit die wordt gevraagd, veranderende werktijden, risico’s en kansen van een mix van thuis- en kantoorwerken, samenwerken op afstand of juist in nabijheid van elkaar. Wanneer de veranderingen in het werk door de coronacrisis langdurig aanhouden, is het van belang specifiek aandacht te besteden aan de risico’s die deze veranderende werksituatie met zich mee brengen.

De veranderende manier van werken heeft invloed op het te voeren arbeidsomstandighedenbeleid dat gericht is op voorkoming en indien niet mogelijk het beperken van psychosociale arbeidsbelasting (PSA).

Maatregelen

    • De werkgever past vragen in het medewerkers onderzoek aan op de actuele (COVID-19) situatie;
    • Medewerkers zijn voorgelicht over de deskundige bijstand die zij zelfstandig kunnen benaderen bij vragen en/of knelpunten (bv bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werk, vertrouwenspersoon, Arbo-deskundige, teamleider). In ieder geval via intranet per onderdeel, via introductieprogramma nieuwe/tijdelijke medewerkers en periodieke aandacht over PSA-onderwerpen middels nieuwsbrieven en of workshops tijdens werkoverleggen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitleg over de Code Integriteit Rijk door een vertrouwenspersoon tijdens een werkoverleg;
    • Leidinggevenden hebben kennis van en zijn alert op signalen van medewerkers die vast kunnen lopen. Denk hierbij aan bv. werkdruk, bore-out, balans werk/privé, missen van sociale cohesie. De verdere uitwerking van deze maatregel is opgenomen in de Arbocatalogus werkdruk en overige PSA.
    • Medewerkers zijn voorgelicht over de eigen verantwoordelijkheid van het tijdig signaleren en bespreken van knelpunten met de leidinggevende;
    • Leidinggevenden maken tijdens de voortgangsgesprekken gebruik van de vraag over arbeidsomstandigheden om nader in te gaan op de persoonlijke situatie van de medewerker aangaande o.a.:
      • Arbeidsinhoud en organisatie van het werk
      • Arbeidsverhoudingen (cultuur)
      • Arbeidsvoorwaarden inclusief het opnemen van aansluitend verlof
      • Arbeidsomstandigheden (bv de werkplekinrichting en de mate van rustig kunnen werken)
      • Sociale cohesie.

Bij vragen om advies of begeleiding van een bedrijfsmaatschappelijk werker neem dan contact op met bedrijfsmaatschappelijk werk of vertrouwenspersoon van het eigen onderdeel.

Voor inzicht in de feitelijke aanwezige risico’s ten aanzien van psychosociale arbeidsbelasting als gevolg van COVID-19 en de maatregelen om deze te beheersen, kan de betreffende risico-inventarisatie en -evaluatie ingezien worden.

Zie ook de Arbocatalogus Werkdruk en overige psychosociale arbeidsbelasting; Link catalogus werkdruk en overige PSA.

8. Vragen over Gezondheid

Maatregelen

  • Algemeen
    Voor algemene vragen over bijvoorbeeld procedures, beleid, advies over het werken op kantoor tijdens COVID-19 kunnen medewerkers terecht bij de eigen werkgever/leidinggevende. De medewerker hoeft daarbij geen medische informatie te delen met de leidinggevende.
  • Medisch
    De bedrijfsarts heeft een arbeidsomstandighedenspreekuur waar medewerkers gebruik van kunnen maken.
    Daarnaast biedt de bedrijfsarts ondersteuning bij re-integratietrajecten, adviseert over preventieve maatregelen betreffende het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid, bedoeld in artikel 3 Arbowet en geeft advies over risicogroepen.
    Worden gezondheidsklachten ervaren of zijn er zorgen over de gezondheid, neem dan contact op met de bedrijfsarts.
  • Testen
    Zijn er klachten zoals verkoudheid, hoesten, verhoging of plotseling verlies van smaak en reuk dan kan een Corona test aangevraagd worden via de voorgeschreven procedures.
  • Werkplek
    Voor vragen over werkplek en werkplekinstelling wordt de preventiemedewerker/ergo coach van het eigen onderdeel benaderd.
    Deze geeft aan op welke wijze zo nodig een (digitaal) werkplekonderzoek gefaciliteerd kan worden.

Bij vragen over de inrichting van de werkplek kan de Werkplek tool uitkomst bieden.

De werkplektool geeft aan:

  • Instellen werkplek
  • Werken aan de “keukentafel”
  • Instructiefilm werkplek instellen
  • Werkplektest
  • Advies ergonoom