Toelichting ongewenste omgangsvormen

Mensen die met ongewenst gedrag geconfronteerd worden kunnen daarvan (soms ongemerkt) ernstige schade oplopen. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat productiviteit en gezondheid zwaar aangetast kunnen worden. Verzuim en ook verloop van werknemers is daarvan het gevolg.

Wat als ‘ongewenst’ gedrag beschouwd wordt is per persoon en ook per situatie verschillend. Juist daarom is het nodig met elkaar afspraken te maken.

Gedrag wordt als ongewenst gekwalificeerd als het slachtoffer het gedrag als ongewenst ervaart. Immers voor het slachtoffer is het dan belastend. Naarmate de medewerker daar langer aan blootstaat is het risico op schade groter. Wel is er een verschil in de ernst van ongewenst gedrag. Bij het beoordelen daarvan is voorzichtigheid geboden. Bijvoorbeeld een klap in het gezicht krijgen lijkt misschien een heftige inbreuk te doen, maar toch heeft dit vaak minder gevolgen voor het slachtoffer dan bijvoorbeeld een verbale dreiging gericht op de privesfeer of langdurig gepest worden.

De kern van de schade die bij het slachtoffer optreedt, gaat om het gevoel van verlies van controle; “overgeleverd” zijn. In de werksituatie (maar ook daarbuiten) wordt het voor het slachtoffer in essentie onveilig.  De effecten die op kunnen treden zijn verminderd plezier in het werk, toenemende onverschilligheid, toenemende prikkelbaarheid, een grote herstelbehoefte, slecht slapen, depressieve gevoelens. In ernstige gevallen leidt dit ook tot uiteenlopende lichamelijke klachten, verschijnselen van het post traumatisch stress syndroom.

Gelukkig hebben mensen een goed herstelvermogen en zullen vaak spontaan herstellen nadat zij geconfronteerd zijn met ongewenste omgangsvormen. Het is dan ook wenselijk om zoveel als mogelijk in eigen (werk)kring de situatie te verwerken. Er over praten is cruciaal. De werksituatie moet zich dan qua sociale veiligheid en sociale steun hier wel voor lenen. Daarin is een belangrijke rol voor de leidinggevende weggelegd.

In ieder geval is het cruciaal dat een slachtoffer, maar ook een vermeend dader (die zich soms van geen kwaad bewust is), de weg naar hulp kan vinden op het moment dat zich incidenten voordoen. Daarvoor zet de organisatie een goede procedure en faciliteiten op, waarmee laagdrempeligheid om hulp te zoeken én de zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid van de hulpverlening gewaarborgd zijn.

Een stevig beleid inzake ongewenst gedrag is niet alleen gericht op het goed reageren op incidenten, maar richt zich in brede zin op het scheppen van een klimaat waarin ongewenste omgangsvormen geen kans krijgen. Een voorwaarde hiervoor is dat er een goed begrip binnen de organisatie is van wat wel en niet als gepast gedrag gezien wordt. Hiervoor is het bespreken van normen en waarden op dit gebied vereist als basis voor iedere medewerker om in te grijpen wanneer er over grenzen heengegaan wordt (gedragscode en gedragsregels).

Onderstaand volgen definities van ongewenste gedragingen:
Agressie en geweld: gedragingen waarbij een werknemer verbaal of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het werk
Pesten: pesten of treiteren is alle vormen van intimiderend gedrag met een structureel karakter, van één of meerdere personen gericht tegen een werknemer of groep van werknemers, die zich hier niet tegen kan verdedigen.
Discriminatie: het onderscheid maken tussen mensen wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook als bedoeld in artikel 1 van de Grondwet.
Seksuele intimidatie: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie, dat als doel of gevolg heeft, dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.

Stichting A+O fonds Rijk - ©2018