Binnenklimaat en ventilatie

Beschrijving

Een belangrijk deel van de werknemers bij het Rijk werkt in een kantoorsituatie. Voor werkzaamheden in kantoren is het binnenklimaat van belang in termen van behaaglijk en gelijkmatigheid. Behaaglijk en gelijkmatigheid van binnenklimaat, als redelijkerwijs mogelijk, is mede afhankelijk van:

  • de luchttemperatuur;
  • de stralingstemperatuur;
  • de luchtvochtigheid;
  • de luchtbeweging (tocht);
  • de luchtkwaliteit;
  • de uit te voeren activiteiten;
  • de gedragen kleding;
  • zonwering/helderheidwering

Behaaglijke luchttemperatuur is:
Kantoorwerk in de winter (stookseizoen): temperatuur 20 - 24 °C
Kantoorwerk in de zomer: temperatuur 23 - 26 °C
Bij extreme buitentemperaturen gelden deze richtlijnen niet. Een beperkte overschrijding van de richtlijn * blijft dan mogelijk.
De beeldschermen (LCD of TFT) verbruiken weinig energie en geven ook weinig warmte af. De klassieke beeldschermen geven meer warmte af. Dit kan een oorzaak zijn van klachten over het binnenklimaat.

StralingstemperatuurOnder de gemiddelde stralingstemperatuur wordt verstaan de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van plafond, vloer, wanden, verwarmingspanelen en inrichting. In een ideale situatie is de gemiddelde stralingstemperatuur gelijk aan de luchttemperatuur. Een lagere stralingstemperatuur (na het weekend) moet gecompenseerd worden met een hogere luchttemperatuur om de optimale behaaglijkheid te behouden.

Luchtvochtigheid
Van belang is ook dat er een toereikende vochtigheidsgraad (tenminste 30 procent relatieve vochtigheid of tenminste de relatieve vochtigheid van de buitenlucht) aanwezig is. Over het algemeen wordt een relatieve luchtvochtigheid van tussen de 30 en 70% als behaaglijk ervaren. Maar dit is mede afhankelijk van de relatieve vochtigheid van de buitenlucht. Een kantoorinrichting met veel onbewerkt hout, beton of waarin veel papier ligt opgeslagen kan veel vocht absorberen. Bij extreme luchtvochtigheidswaarden (laag bij droge vrieskoude en hoog bij tropische dagen) blijft een overschrijding* van de richtlijn mogelijk.

Luchtbeweging (tocht)Van hinderlijke tocht is sprake als de luchtsnelheid in de winter groter is dan 0,15 m/s en in de zomer groter dan 0,25 m/s (vuistregel). Hinderlijke tocht dient voorkomen te worden.

Luchtkwaliteit
De kwaliteit van de ruimtelucht wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ventilatie van de ruimte. Door te ventileren wordt verse lucht toegevoerd ten behoeve van de zuurstofvoorziening, wordt verontreinigde lucht afgevoerd en worden biologische verontreinigingen (schimmels, bacteriën) voorkomen.

In kantoren is 35 m3 verse buitenlucht per persoon per uur nodig. Dit kan bereikt worden door natuurlijke ventilatie of mechanische ventilatie. Belangrijk aandachtspunt is dat tocht (hoge instroomsnelheid van de lucht) en vervuiling van de ventilatiesystemen zo veel mogelijk voorkomen worden.
Indien laserprinters veel gebruikt worden, kunnen deze hinderlijke hoeveelheden ozon produceren. Deze laserprinters moeten in dat geval buiten de werkruimte worden geplaatst en voorzien zijn van een ozonafvoer, of de plaats waar deze staan moet goed geventileerd worden. Laserprinters die meer dan 5000 vel per maand produceren, horen, evenals andere ozonproducerende apparaten, niet op de kantoorwerkplek thuis, maar in speciale ruimtes.

Zonwering/helderheidwering
Zonwering weert de direct invallende zon in een werkruimte. Helderheidwering weert behalve de zon ook de heldere hemel. Zonwering is aanwezig in alle ruimten waar rechtstreeks invallend zonlicht binnenvalt.  Wanneer met beeldschermen wordt gewerkt, is in die ruimten altijd instelbare helderheidwering nodig in verband met de spiegelingshinder en de luminantieverhoudingen tussen beeldscherm en de vensters.
 
Zon-/helderheidwering komt in veel vormen voor:

  • Systemen voor buiten: markiezen, uitvalschermen, screens, folies, gecoat glas en getint glas.
  • Systemen voor binnen: jaloezieën (verticaal en horizontaal), (rol)gordijnen, vitrage.

*Overschrijding van de richtlijn
Op jaarbasis is overschrijding van de comfortgrenzen gedurende 10% van de verblijfstijd toegestaan. Dit geldt zowel voor perioden van extra hoge als extra lage buitentemperaturen.
Het KNMI onderscheidt gewone dagen, zomerse dagen en tropische dagen. Gewone dagen hebben een temperatuur die lager is dan 25 °C. op zomerse dagen ligt de maximum temperatuur tussen de 25 en 30 °C en tropische dagen hebben een maximum van boven de 30 °C. De klacht is vrijwel structureel als de warmtebelasting als hoog wordt ervaren tijdens gewone dagen. Als de klachten alleen optreden tijdens tropische dagen dan valt dit binnen de toegestane overschrijding gedurende 10% van de verblijfstijd. In dat geval zijn er alleen tijdelijke maatregelen nodig. (bron: Insp. SZW)

Hulpmiddel voor

Behoud en verbetering van een gezond binnenklimaat in kantoorsituaties.

Voor wie?

Leidinggevenden en werknemers

Verplichting werkgever

Het klimaat op de arbeidsplaats mag geen schade aan de gezondheid van de werknemers veroorzaken.
Indien er risico’s zijn op de arbeidsplaats met betrekking tot klimaat dan moet de werkgever dit laten beoordelen. Maatregelen staan aangegeven in het plan van aanpak van de Risico Inventarisatie en Evaluatie.

Verplichting werknemer

De werknemer volgt organisatorische maatregelen van de werkgever op.

Relatie met wet/regelgeving

Arbobesluit art. 6.2 Luchtverversing.
Arboregeling Artikel 5.2 Inrichting van de beeldschermwerkplek.
Beleidsregel Arbobesluit 6.2 Luchtverversing.

Beoogde effecten

Minder uitval door ziekte als gevolg van binnenklimaat en grotere werknemertevredenheid.
Minder kosten door ziekteverzuim.
Belangrijk onderdeel van de werknemertevredenheid.
Uitzicht naar buiten kan belemmerd worden.

Nadere informatie

Leidinggevende, preventiemedewerker of personeelsfunctionaris
Arbo Informatieblad nr. 7 Kantoren Rijkportaal/SDU kennisportaal
Arbo informatieblad nr.14 Bedrijfsruimten Rijksportaal/SDU kennisportaal